Eerdere blogs

19-01-2016

Stekeblind

Op mijn column van de vorige week kreeg ik van verschillende kanten het commentaar dat vroeger echt niet alles beter en zéker niet veiliger was. En Keulen heeft het wereldbeeld van mijn criticasters niet veranderd, maar eerder bevestigd. “Je was vroeger al een beetje naïef en goedgelovig,” zei een vriendin tegen mij, “je reed in het donker op je fiets over enge weggetjes waar ik dat nooit gedaan zou hebben.” Ze haalde vervolgens herinneringen op aan potloodventers, kinderlokkers en andere obscure lieden en kon zich niet voorstellen dat ik die herinneringen totaal niet deelde. Dat wil echter niet zeggen dat die rare figuren er niet waren. Ik zag ze gewoon niet.
Sinds mijn zesde droeg ik een bril met jampotglaasjes en als puber stopte ik dat vehikel zo ver mogelijk onder in mijn tas als ik kon. Liever botste ik de godganse dag overal tegenaan dan dat ik dat onflatteuze ziekenfondsijzer op mijn neus zette. Mijn halve middelbare schooltijd liep ik zo rond; stekeblind en knijpend met mijn ogen. Dat laatste werd gelukkig door anderen weleens beschouwd als mysterieus en zelfs sexy, maar in feite was het gewoon de blik van iemand die geen idee had wie er tegenover haar zat. Er kwam een einde aan mijn mollenbestaan toen ik op een gegeven moment naast mijn moeder in de auto zat en haar waarschuwde voor een paard dat ons met grote snelheid van rechts naderde. Het paard bleek een oudere vrouw op een damesbrommer te zijn en na dat voorval nam mijn moeder me linea recta mee naar een opticien. Ik kreeg contactlenzen. Een wereld ging voor me open! Een ervaring die zich vele jaren later herhaalde toen ik mijn ogen liet laseren. Nooit meer stond ik aan de verkeerde kant van mijn bed de deur te zoeken en de ochtendlijke greep naar de bril die op mijn nachtkastje lag, behoorde ook tot het verleden. Het was alsof ik opnieuw geboren werd, zeg ik zonder te overdrijven. Alleen had het voor mijn kinderlijke zorgeloosheid en naïviteit weinig tot geen gevolgen. Mijn vriendin heeft gelijk. In feite draag ik nog steeds die bril. Een roze, welteverstaan.

________________________________________________________________________________

12-01-2016

Keulen

Ik droom nogal eens heel levendig. Laatst droomde ik dat ik met mijn kleindochter wandelde in het bos. Ik heb helemaal geen kleindochter, maar dankzij mijn droom weet ik nu precies hoe ze eruit ziet. Ze heeft de krullen van haar vader en de felblauwe ogen van haar oom. Vrolijk huppelde ze voor me uit, tot ze ineens halt hield en iets uit haar jaszak haalde. Het was een klein zwart flesje met oranje letters erop. “Kijk, oma,” zei ze met een serieuze blik, “heb ik van papa gekregen. Ik mag het alleen meenemen als ik naar de speeltuin ga, niet als ik naar school ga of naar voetballen. Maar dat doe ik stiekem toch. Voor het geval dat ik stoute jongens tegenkom.” Het duurde even voordat ik doorhad wat ze in haar hand omhoog hield. PEPPERSPRAY stond er in puntige letters op het spuitbusje. “Kijk, “ zei mijn kleindochter,” en deze mag ik eigenlijk alleen maar meenemen als ik met de trein of de bus mee moet.” Ze liet me een glimmend, elegant pistooltje zien. Ik geloofde mijn ogen niet. “Waarom geeft papa jou een pistool? En waarom neem je dat mee naar de speeltuin?,” vroeg ik. “Omaaaa,” riep mijn kleindochter, die in mijn droom roze laarsjes aanhad, “om mezelf te verdedigen natuurlijk! Er zijn zoveel boze mannen overal. Vind je het niet mooi? Het is een echt meisjes-pistool.” Ze stopte het flesje en het mini-wapen zorgvuldig weg in haar jaszak en gaf me een hand. Terwijl we daar zo liepen, vertelde ik haar over vroeger. Over hoe ik in mijn eentje over eenzame landweggetjes naar school fietste en zelfs als het donker was gewoon ging hardlopen. Over hoe ik op mijn twaalfde met een vriendinnetje in het land doorreisde met onze Tienertourkaart, zonder mobiele telefoon en zonder dat onze ouders precies wisten waar we uithingen. “Ik was nooit bang voor boze mannen,” zei ik. Met haar blauwe ogen keek mijn kleindochter, die in mijn droom om de een of andere duistere reden Lot heette, me aan alsof ze het in Keulen hoorde donderen.

______________________________________________________________________________

05-01-2016

Gelukkig…nieuwjaar

Gelukkig Nieuwjaar. Inderdaad, gelukkig is er een nieuw jaar. Van het oude moet ik zeggen dat ik er persoonlijk niet veel aan vond. Een soort houtje-touwtje-hak-op-de-tak-jaar. Een jaar waarin we met zijn allen naarstig op zoek leken naar de nooduitgang. Als lemmingen op weg naar de afgrond ging de halve wereld koortsachtig op zoek naar een beetje geluk. ‘Ein bisschen Frieden, ein bisschen träumen und dass die menschen nicht so oft weinen’. Dat zong Nicole al in 1982 op het Eurovisiesongfestival. Vierendertig jaar later wordt er meer dan ooit gedroomd, maar ook meer dan ooit gehuild, lijkt het wel. Nee, 2015 mag wat mij betreft ergens achter in de krochten van collectieve geheugen verdwijnen, daar waar niemand gaat zoeken.

In 2016 gaan we het helemaal anders doen. Zullen we dat afspreken? Als het zwart op wit staat, kan niemand achteraf zeggen dat hij nergens van wist. Gewoon een to-do-lijstje waaraan iedereen zich houdt, simpeler kan het niet. Op de eerste plaatst zijn de enige oorlogen die we nog gaan voeren, prijsslagen in de supermarkt. Bovendien gaan we massaal weer winkelen bij V&D (en niet alleen maar plassen) en vinden we in 2016 een oplossing voor de klimaatproblemen door wat dichter tegen elkaar aan te kruipen en de kachel wat lager te zetten. De Top 2000 verklaren we tot volksreligie en we laten de Paus dit jaar opsluiten in onze alternatieve kerk die het Glazen Huis heet. Maar voordat het zover is, gaan we allemaal juichend de straat op als de Rode Duivels Europees kampioen voetbal worden. En klappen doen we niet alleen voor de piloot als die het vliegtuig veilig aan de grond zet, maar ook voor de bakker die elke ochtend om vier uur opstaat om ons brood te gaan bakken en voor de leraar die de stelling van Pythagoras goed over de bühne weet te krijgen. Om nog maar te zwijgen van de mantelzorgster die iedere haar hulpbehoevende buurvrouw wast en in haar steunkousen helpt, want die verdient een staande ovatie. Daarnaast wordt 2016 wat mij betreft het jaar om voor eens en voor altijd een geneesmiddel te vinden tegen de epidemie die ons al jaren teistert: klagen. Aanslagen mogen alleen nog maar gepleegd worden door de belastingdienst en de enige mensen die ik nog op de vlucht wil zien slaan, zijn Gordon en Emile Ratelband. En als we dan toch bezig zijn, maken we gelijk korte metten met alle plannen om een vuurwerkverbod in te stellen door vuurwerk het hele jaar door verkrijgbaar te maken, bijvoorbeeld als extraatje bij de rookworst van de Hema en als zet-het-zelf-in-elkaar pakket bij Ikea. We maken van het leven een knalfeest!

Jullie zullen wel zeggen dat ik een dromer ben. Maar ik ben niet de enige. Jullie zullen zien: wir schaffen das!

______________________________________________________________________________

15-12-2015

Zeezicht

Op onze planeet is het de afgelopen twee decennia 0,8 graden warmer  geworden. Klinkt goed, zeg ik als liefhebber van zomers die duren van begin maart tot en met tweede kerstdag. Nederland mag best wat tropische trekken krijgen als het aan mij ligt.

Maar het is helemáál niet goed. Onze planeet heeft verhoging. En als we zo doorgaan krijgt de patiënt binnen nu en 2030 hoge koorts. Met de bijbehorende koortsstuipen. En die zijn niet mals. We zijn nu in principe al voorbij de kwakkelfase waarbij de symptomen van heftige herfststormen en af en toe een wolkbreuk zijn overgegaan in orkanen van mega omvang en overstromingen die elk jaar omvangrijker en langdurig worden. De tijd van ontkennen dat er sprake is van een probleem is inmiddels een gepasseerd station en dat geldt ook voor het toedienen van huismiddeltjes en misschien zo nu en dan een paracetamolletje. Als we onze planeet niet gaan behandelen als iemand met een levensbedreigende aandoening, lopen we het risico dat we met zijn allen ten onder gaan aan onze eigen welvaart. Volgens deskundigen is het zelfs zo erg, dat het proces niet meer om te keren is. Zelfs al zouden we alle CO2 uitstoot vandaag helemaal stoppen, dan nog blijft de temperatuurstijging gehandhaafd. Dat betekent dat de bewoners van de poolgebieden met hun sneeuwscooters steeds vaker door het ijs zakken en we rekening moeten houden met woestijnvorming in Zuid-Europa.

In Parijs zaten de afgelopen twee weken de ministers en regeringsleiders van  195 landen bij elkaar om het eens te worden over een behandelplan voor de zieke. Waar het voor iedereen duidelijk is dat het tijd is voor een intensive care opname, zijn de economische belangen en daarmee gepaard gaande honger naar olie enorm. Zoals in het verleden al zo vaak is gebleken, leidt een klimaattop meestal tot milieuministers die juichend een akkoord omarmen waarmee we er zeker van kunnen zijn dat de koorts de komende jaren alleen maar zal stijgen. Samen met de zeespiegel.
Dus heb ik – ras-opportunist die ik ben – zojuist een optie genomen op een stukje land boven op de Vaalserberg. Als het even meezit – en daar ziet het naar uit – bezit ik over een aantal jaar op die plek een mooi huis met een tuin op het zuiden en uitzicht op zee.

_________________________________________________________________________________

07-12-2015

Het leed dat John Williams heet

Je hoeft de tv maar aan te zetten of je wordt geconfronteerd met mensen die je komen helpen. Onze programmamakers vinden kennelijk dat we niet in staat zijn onszelf te redden. Heb je een kledingsmaak waar je kinderen zich voor schamen? Dan komt Gordon je vertellen wat je aan moet. Staat je huis onder water? Dan komt Martijn Krabbé persoonlijk bij je langs om ervoor te zorgen dat niet verzuipt. Ben je te dik en heb je daar genoeg van? Dan komt superspriet Wendy van Dijk je – samen met een personal trainer – afbeulen tot je eens ons weegt. Kortom: we worden met al onze problemen te hulp geschoten door barmhartige samaritanen die ons willen doen geloven dat ze dat doen uit de goedheid van hun hart. Met als boegbeeld – de meest gluiperige van allemaal – John Williams. Ben je getrouwd met een luiwammes die zeven jaar geleden begon met het verbouwen van de zolder en niet verder kwam dan het slordig aanbrengen van een laag isolatiemateriaal? Dan komt John Williams die uitvreter persoonlijk ter verantwoording roepen ten overstaan van vrienden en collega’s. Hij doet dat op een manier die bij mij iedere keer weer koude rillingen over mijn rug en rode vlekken in mijn nek veroorzaakt. Hoe ver ben je gezonken als je als vrouw je man zo te kakken zet? Als John Williams zich vertoont op jouw werk, dan is het tijd om dekking te zoeken. Hij heeft niet alleen een pact gesloten met je vrouw, die in zijn ogen nóóit iets verkeerd heeft gedaan (“Och, zit je hier al vier jaar met je bloedjes van kinderen in dit vochtige krot?”), hij is ook vastbesloten om je vervolgens als een enorme kluns met twee linkerhanden neer te zetten tussen het klusteam dat hij in zijn kielzog heeft meegenomen. De man in kwestie moet helemaal kapot gemaakt worden, liefst compleet met een zenuwinzinking die gepaard gaat met tranen. Ik kan er alleen met plaatsvervangende schaamte naar kijken, naar de zogenaamde hulpbereidheid van programmamakers die alleen erop uit zijn om iemand in zijn hemd te zetten. Want de schuld voor het klusdrama wordt altijd volledig gelegd bij de man, dat mag duidelijk zijn. De vrouw wordt zorgvuldig buiten schot gehouden en mag, terwijl haar man thuis de vernederingen van een bijdehand die zichzelf heeft uitgeroepen tot superheld moet ondergaan, lekker in een luxe hotel afwachten hoe haar huis wordt omgetoverd tot een paleisje. Over stereotypen gesproken.
Ik vraag me altijd af wat er met zo’n stel gebeurt zodra het camerateam en de klusbus zijn vertrokken. Volgens mij laten die namelijk een spoor van vernieling achter. Waarschijnlijk hebben ze pas na de opnames echt behoefte aan professionele hulp! Misschien een idee voor een nieuw programma: hoe verwerk ik het leed dat John Williams heet?

_____________________________________________________________________________________________________________________________

25-11-2015

Topvrouwen

Jet Bussemaker heeft  ze niet kunnen vinden: topvrouwen. “Ze zijn er wel,” zei Bussemaker met een verongelijkt gezicht, “maar ik weet niet waar.” Ik denk dat ze gewoon niet goed genoeg gezocht heeft. Ik val namelijk letterlijk over de topvrouwen. Vrouwen met een baan, een gezin, vrijwilligerswerk, hulpbehoevende ouders en altijd tijd te kort.

De Nederlandse vrouw staat bekend als wereldkampioen deeltijdwerken. Ze wil wel werken, maar dan alleen als het gezin daar niet al te veel van merkt. Haar wordt weleens verweten dat ze zich als een prinses gedraagt en stevig leunt op haar partner voor het inkomen. Dat klopt voor een groot deel wel. Maar de ‘verwende prinsessen’ die ik om me heen zie, liggen niet bepaald in op een gespreid bedje met een doos bonbons op schoot elke dag Koffietijd te kijken. De ‘verwende prinsessen’ die ik zie, hebben vaak naast hun parttime baan niet alleen de zorg voor hun eigen kinderen, maar ook voor hun (schoon-)ouders of andere mensen in hun omgeving die wel een handje hulp kunnen gebruiken. De ‘verwende prinsessen’ die ik zie, kiezen er niet voor om het verschil te maken als CEO van een beursgenoteerd bedrijf, maar als steun en toeverlaat van iedereen die er in haar ogen toe doet.

Ben je als vrouw alleen geslaagd als je een eigen advocatenkantoor of een bestuursfunctie bij Unilever hebt? Of ben je ook geslaagd als je als vrouw ervoor zorgt dat je kinderen lekker in hun vel zitten en je je zieke buurvrouw af en toe helpt met haar boodschappen? In mijn ogen ben je als vrouw (en als mens!) geslaagd als je datgene doet waarvan jij vindt dat je het moet doen. Word je blij van een leven als Minister van Onderwijs? Prima! Ik zeg: doen! Word jij blij van een middag herfstwandeling met je kinderen op een woensdagmiddag? Trek die wandelschoenen dan vooral aan. Het wordt zo langzamerhand de hoogste tijd dat we stoppen met het voortdurend elkaar de maat nemen. Ik zou tegen Bussemaker willen zeggen: maak het mogelijk dat iedereen zijn of haar eigen keuzes kan maken zonder zich schuldig of juist ingeperkt te voelen . Ik zie in elk geval heel veel ‘verwende prinsessen’ om me heen die het stempel “topvrouw” al lang op hun voorhoofd hebben staan.

_________________________________________________________________________________

21-11-2015

Paris je t’embrasse

Parijs, stad van lichtvoetige liefde en eeuwige romantiek

Parijs, stad van frivoliteit, dans en muziek

Parijs, stad van nonchalante charme en elegantie

Parijs, stad van zelfspot en milde arrogantie

Parijs, stad van de Tour Eiffel en de Seine

Parijs, stad wars van valse schaamte en gène

Parijs, stad van vrije geesten en stijlvolle mode

Parijs, stad van zoveel onschuldige doden

Parijs, stad van onbegrijpelijk geweld en blinde haat

Parijs, stad van  wezenloze angst voor het duivels kwaad

En toch,

Parijs, stad van veerkracht en ongebreidelde levenslust

Parijs, ik hoop dat binnenkort iemand je uit deze nachtmerrie wakker kust

Paris, je t’embrasse

_____________________________________________________________________________

30-10-2015

Mooi rood

Het lijkt mij heerlijk om de hele dag in het bos rond te hangen, nootjes te verzamelen en in de winter je oogjes wat langer dicht te doen. Geen stress, geen prestatiedruk, alleen maar leven met de seizoenen. Dat een eekhoorn een goed leven heeft, zag ik toen ik van de week in het bos wandelde en er een vlak voor me het pad overstak. Zo’n eekhoorn heeft het goed voor elkaar. Als het er niet zo vreemd  uit zou zien, zou ik geregeld eens in een boom klimmen en in de verte turen. Ik weet niet hoe het met jullie is, maar ik heb nog nooit een eekhoorn gezien met angstaanvallen, stress, migraine of een burn-out. Een eekhoorn met hooikoorts of voedselallergie? Nog nooit vertoond. Nu heeft die eekhoorn wel makkelijk kletsen, natuurlijk. Ga maar na, de boom waarin hij woont, staat niet onder water, zijn vrouw wil niet steeds verder weg op vakantie en zijn kinderen zijn geen verwende eikeltjes die de laatste iPad en de nieuwste mobiele telefoon willen hebben. In het leven van die eekhoorn spelen zich dan ook bij mijn weten geen gezinsdrama’s af en ook geen vechtscheidingen. En komt er een asielzoekende eekhoorn uit een naburig bos aankloppen, dan is er altijd wel een boom vrij waar hij veilig en droog zit. Al schijnen die grijze Amerikaanse eekhoorns die hier en daar in de Limburgse bossen opduiken nogal agressief te zijn, heb ik vernomen. Maar verder dan wat gooien met beukennootjes zullen de handgemenen tussen eekhoorns niet gaan, vermoed ik. Nee, het leven van een eekhoorn is best benijdenswaardig. Een eekhoorn heeft geen last van belastingdruk, behalve als de takken zijn voedselvoorraden niet kunnen dragen. En over voedsel gesproken: dat je kanker krijgt van bewerkte vleeswaren zal de eekhoorn worst wezen. Zelf weet hij al jaren dat noten superfoods  zijn waar je oersterke nagels en tanden van krijgt. En een mooie rode haardos. In een volgend leven teken ik ervoor. Mooi rood is niet lelijk, toch?

________________________________________________________________________________

21-10-2015

Balans

Meer balans in zijn leven, dat is wat Eberhard van der Laan wil. Maar hij wil ook burgemeester van Amsterdam blijven de komende zes jaar. En die twee dingen zijn niet echt te verenigen, durf ik als buitenstaander te beweren. Van der Laan is dit jaar zestig geworden en hij heeft sinds een jaar of twee prostaatkanker. Bovendien heeft hij, naast twee kinderen uit een eerder huwelijk, drie jonge kinderen in de basisschoolleeftijd. “Ik wil op zaterdagochtend eens wat vaker langs de lijn staan op het voetbalveld,” zegt Van der Laan nu. Hoe hij dat in praktijk wil brengen, laat hij wijselijk in het midden. Een drukke baan als burgemeester van een stad waar altijd iets loos is, combineren met een jong gezin is op je veertigste al een hele opgave, laat staan op je zestigste, lijkt mij zo. Maar ik kan me vergissen. Mannen worden op steeds latere leeftijd (nog een keer) vader en ze jubelen daarover heel wat af in de media. Rob de Nijs, die nauwelijks nog een microfoon kan vasthouden omdat zijn handen te erg beven, is op zijn zeventigste vader geworden en Julio Iglesias is nog lang niet van plan om zich te laten steriliseren, liet hij onlangs weten. Overigens kreeg de vader van Julio op zijn tachtigste nog een baby met zijn vijftig jaar (!) jongere vriendin. Nu was Iglesias senior gynaecoloog van beroep, dus dan kun je spreken van verzachtende omstandigheden of beroepsdeformatie. Maar bij alle andere ‘tweede leg’-vaders vraag ik me af wat hun motivatie is. Is het een  kwestie van krampachtig vastklampen aan hun eigen jeugdige viriliteit? De spiegel en de fysiotherapeut vertellen daar toch heel andere verhalen over, denk ik. Mannen ‘van een zekere leeftijd’ hebben bevestiging nodig. Bevestiging die ze proberen te verkrijgen in de vorm van een motor, een snelle auto of een jonge vriendin. Er zijn er zelfs die het rigoureus aanpakken en het hele pakket tegelijk aanschaffen.   Van der Laan had waarschijnlijk  – ik vul dat zomaar even in – bij zijn eerste twee kinderen, die inmiddels volwassen zijn, geen tijd om naar voetbalwedstrijden te gaan. Dat hij dat nu bij zijn tweede leg goed wil maken, siert hem, maar zijn vrouw zal heus niet zo naïef zijn om te denken dat daar heel veel terecht gaat komen. Maar ze weet ook dat je mannen in de overgang niet te veel moet tegenspreken. Voor je het weet willen ze nóg een kind…

______________________________________________________________________________

11-10-2015

Noodopvang

Dit wordt de kortste column ooit. Ik ben namelijk nog te erg in shock. Ik zou wel voor die auto van Dijkhoff willen gaan liggen, maar ik vrees dat dat weinig uithaalt. Van de zomer heb ik, gastvrij als ik ben, asiel verleend aan vier vakantiekilo’s. Ik weet niet waar ze vandaan zijn gekomen. Ze waren er ineens. Ik kon ze niet zomaar voor de deur laten staan, dus ik heb ze binnengelaten onder de voorwaarde dat ze tot oktober mochten blijven en dat ze dan een ander heenkomen gezocht zouden moeten hebben.

Nu is al een hele tijd oktober en ze maken absoluut geen aanstalten om te vertrekken. Afgezien van één schijterige kilo die hals over kop vertrok tijdens een buikgriepaanval, is er geen beweging geweest in het tentenkamp op mijn heupen. Die ene tussentijdse vertrekker keerde overigens al na een week op hangende pootjes terug. Het gras was op andere heupen kennelijk niet groener, dus hij zit weer pontificaal op de mijne.

Ik heb in mijn wanhoop het COA aangeschreven en staatssecretaris Dijkhoff met de vraag of ik verplicht ben die gewichtige vluchtelingen een permanente verblijfstatus te geven en hun antwoord was weinig hoopvol. Sterker nog: ik kreeg een keurige dreigbrief van de Staatssecretaris zelf met de mededeling dat er zo rond de kerst nog eens vier kilo’s bij komen. Noodopvang noemt hij dat. Ben ik mooi klaar mee. Ik snap die mensen in Oranje zó goed. Er wordt gewoon met me gesold. Mijn Oranjegevoel is inmiddels totaal verdwenen. Ik zou willen dat ik hetzelfde kon zeggen van mijn vakantiekilo’s.

_______________________________________________________________________________

21-09-2015

Imagoproblemen

Ik bekijk iedere Volkswagenrijder vanaf met nóg meer argwaan dan ik tot nu toe al deed. Het imago van Volkswagen is wat mij betreft namelijk niet nu pas te grabbel gegooid. Dat gebeurde al ergens achter in de jaren tachtig toen iedere jongen van 19, die net zijn rijbewijs had gehaald, zo nodig een Golfje moest aanschaffen. Om er vervolgens een paar lelijke spoilers op te zetten, het chassis te verlagen, een stel dobbelstenen aan de spiegel te hangen en er twee knalpijpen onder te leggen die niet zouden misstaan op een Amerikaanse monstertruck. Nee, toen was voor mij de lol van het merk VW wel af.

Want ik moet toegeven, lol hebben we zeker gehad in de witte Kever die wij in de jaren zestig en zeventig hadden als gezinsauto. Een ‘poor man’s Porsche’ die nooit verzaakte, altijd klaarstond voor vertrek en plek had voor twee volwassenen voorin, vier kinderen op de achterbank en een stiekem meegesmokkeld nest puppy’s in de kattenbak, die onder de hoedenplank zat. Als het warm was, besloegen de ruiten van de hitte en als het koud was van de kou. We reden continu met gevaar voor eigen leven rond in een totaal dichtgewasemd, volgepakt, ongeleid projectiel. Als je op de bijrijdersstoel zat, werd je geacht de ruit met een zakdoek schoon te houden voor de bestuurder in een poging nog iets van zicht op de weg te krijgen. De ruitenwissers schraapten ijverig – maar niet echt effectief – over de voorruit en de raampjes gingen alleen open op momenten dat je dat liever niet wilde. Omdat de motor achterin lag, bevond de kofferruimte zich voorin, met net genoeg ruimte voor een reservewiel en een hamer om de startmotor een tik mee te geven als dat nodig was. Van veiligheidsgordels hadden we nog nooit gehoord en de enige airbag was een plastic zak die we altijd aan boord hadden voor het geval een van ons wagenziek werd. En bij gebrek aan een radio zongen we zelf luidkeels de hele top 40 uit ons hoofd. A capella, uiteraard.

De Kever was ons zevende gezinslid. We waren er zo erg aan gehecht dat we gehuild hebben toen het ding uiteindelijk op de sloop belandde. En gehuild hebben we ook toen bleek dat mijn vader het vervolgens in zijn hoofd haalde om met een Lada thuis te komen. Een Lada! Over een imagoprobleem gesproken! Op dat moment heb ik gezworen dat ik van mijn eigen geld alleen nog maar in een echte auto zou rijden. Een Opel dus. En daar heb ik me, op een enkele verdwaalde Ford Escort na, tot op heden aan gehouden. Alle modellen zijn de revue gepasseerd: de Manta, de Kadett, de Ascona, de Corsa en nu – als klap op de vuurpijl – de Tigra. Stijlvoller en eleganter dan Opel ze maakt, bestaan ze niet. En schoner ook niet. Echt waar. Hand op mijn hart. Dat Volkswagen nu in de imagoproblemen zit, verbaast me helemaal niks. Van een Volkswagenrijder zou ik in elk geval nog geen tweedehands fiets kopen!

____________________________________________________________________________

07-09-2015

Echt niet

Ik ben niet normaal. Dat is geen nieuws, dat weet ik ook wel, maar als het zwart op wit staat, is het officieel. Dat ik niet normaal ben, is op zich niet zo’n probleem. Iemand die ik zeer hoog heb zitten, sprak ooit de legendarische woorden: “Ik zou gek worden als ik normaal was!” En dat kan ik alleen maar onderschrijven. Wat wel bijzonder is, is dat ik niet normaal ben omdat ik absoluut zeker weet dat ik niet gebukt ga onder het feit dat mijn nest leeg is. Daar schijn je als middelbare vrouw weleens vreselijk last van te kunnen krijgen.

Twee weken geleden heeft onze jongste zijn intrek genomen in een studentenhuis in Nijmegen en onze oudste dobbert al een paar jaar rond op de wereldzeeën om God-weet-waar-God-weet-welk onheil de kop in te drukken. Dus is mijn zorgvuldig in elkaar geflanste nest nu daadwerkelijk helemaal leeg. Of ik mijn uitgevlogen kroost mis? Helemaal niet. Echt niet. Ik vind het heerlijk dat ik geen rekening meer hoef te houden met menuwensen, douchesessies van 40 minuten, afwijkende slaaptijden, werkplanningen en sportactiviteiten. En als ik tv kijk, is er niemand die de afstandsbediening van me afpikt omdat hij ‘geen Duits verstaat’. Zalig.

Af en toe loop ik nog eens naar binnen in de twee kamers die demonstratief leeg staan te zijn. De meubels kijken me met een beschuldigende, naargeestige blik aan: “Daar heb je haar. Zij heeft ze weggepest.” Ik blaas hier en daar wat stof weg, schuif wat met de stoelen, snuffel in de kledingkasten, schud het dekbed op en doe de deur weer zachtjes dicht. ’s Nachts schrik ik wakker omdat ik de sleutel in de voordeur meen te horen, maar dat blijkt telkens opnieuw een droom. Ik sta op, drink wat water, kijk om het hoekje van de ene kamer, sluip naar boven naar de zolderkamer en sluip weer naar beneden, waar ik op de badkamer in de spiegel mezelf streng toespreek: “Kom op meid, het zijn grote jongens die een eigen leven leiden. Wees blij dat ze niet achter moeders rokken blijven hangen. Het is goed zo!” Zuchtend stap ik dan weer in bed, waar ik de slaap niet kan vatten en me afvraag wat ze doen, of ze wel goed eten en of ze niet vergeten af en toe een schone onderbroek aan te trekken. En ’s ochtends haal ik per ongeluk veel te veel brood uit de vriezer en zet ik een kan koffie terwijl ik maar twee kopjes nodig heb. ’s Middags herhaal ik dat pathetische tafereel en ledig ik maar zelf het pak pindakoeken dat ze normaal gesproken in tien minuten verslonden hebben. Het is effe wennen. Maar om nou te zeggen dat ik ze mis? Echt niet.

_______________________________________________________________________________

30-06-2015

Strak plan

We zitten boordevol plannen. Het zit in onze genen en we zijn er wereldkampioen in: plannen maken. We hebben een plan voor alles: ontruimingsplannen, bestemmingsplannen, plannen van aanpak, handelingsplannen en sinds kort hebben we ook een hitteplan. En dat hitteplan wordt deze week uit de kast gehaald. Want het wordt een paar dagen iets warmer dan we gewend zijn. Er is nog lang geen sprake van een hittegolf zoals in Pakistan, die al aan meer dan duizend mensen het leven heeft gekost, maar toch. We zijn het land van ‘je-weet-maar-nooit’ en ‘wat-als’. En gaat er een keer iets fout? Dan is de eerste vraag die op ieders lippen brandt: “Wie kunnen we daar de schuld van geven?” En is de schuldige gevonden, dan roepen we een commissie in het leven die een ‘vernietigend rapport’ schrijft en vervolgens gaat een duur adviesbureau een plan bedenken dat ervoor moet zorgen dat het nóóit meer zal gebeuren.

Zonder plan zijn we reddeloos verloren. Als kleuter had ik nooit een plan, maar van de moderne Ipad kleuter wordt verwacht dat hij zijn hele weekagenda van te voren volplant met speel-, sport- en muziekafspraken. En de gemiddelde puber moet toch op zijn minst zo rond zijn vijftiende een plan klaar hebben dat hem of haar naar een uitdagende, afwisselende en liefst goedbetaalde baan leidt. Plus een plan B, mocht Plan A mislukken.
Het lijkt een supergoed plan om altijd een plan te hebben, maar niet zelden komt er van plan A en B niets terecht en zijn plannen niet meer dan een obstakel die het zicht op het hier en nu blokkeren. Mooier dan John Lennon het ooit zei, kan ik het niet zeggen: “Life is what happens to you, while you’re busy making other plans.” Dat leven is meestal een aaneenschakeling van gebeurtenissen waar we niet echt rekening mee hadden gehouden. Maar we weten allemaal dat juist de dingen die ongepland ons pad kruisen, niet zelden de mooiste cadeautjes in zich herbergen.

Het leven nemen zoals het komt, is slechts weinigen gegeven, want onzekerheid is een gevoel dat we niet graag toelaten. En toch is juist die onzekerheid het enige dat we met z’n allen zeker weten.
Ik ben van plan om voortaan het leven nemen zoals het komt. Vooral de komende weken laat ik vakantieplannen eens wat vaker de mist in gaan, gooi ik reisprogramma’s lekker overhoop en pas ik de control-alt-delete methode toe op mijn agenda. Op zijn minst zolang de zomer duurt. Want vanaf september ben ik weer terug aan het planbord. Dat lijkt mij een strak plan.

Een fijne zomer allemaal!

______________________________________________________________________________

24-06-2015

“Goed zijn ze,  hè?”

“Zeg mooie dame, je mag wel bewegen, hoor!”
Ik keek zoekend om mee heen, want als ik iemand iets dergelijks hoor zeggen, kunnen er drie dingen aan de hand zijn:

  1. De spreker is blind of op zijn minst ernstig slechtziend;
  2. De spreker moet iets van mij;
  3. De spreker heeft het tegen iemand anders.

Nu bleek dat laatste het geval te zijn.
Het blijft iets aandoenlijks hebben; een vijftiger die zich staat uit te sloven om indruk te maken op een 18-jarige. Met zijn kalende schedel, goed onderhouden bierbuik en veel minder goed onderhouden gebit, stond  hij heen en weer te sjokken in het publiek. Zijn rug naar het podium waar de band speelde en zijn blik gericht op een meisje  naast mij, dat opgegroeid moest zijn met flippo’s, Furby’s en My little Pony. Ze reageerde heel demonstratief niet op zijn toenaderingspogingen en hij was, geloof ik, bang dat ze hem niet hoorde, want hij werd steeds luidruchtiger. Hij boog zich zelfs voorover om in haar oor te schreeuwen, maar zij speelde het klaar om hem volkomen te negeren. Hij dronk zijn biertje uit een plastic bekertje en probeerde zo losjes mogelijk om haar heen te waggelen.
“Ze zijn goed, hè?,” hoorde ik hem roepen. Het meisje keek naar beneden en deed haar handen in de lucht om te klappen in een poging hem zo weg te duwen. Hij bevond zich duidelijk in ‘haar space’, maar hij was niet van plan zich zomaar te laten afserveren. Terwijl zijn – eveneens grijze – kameraden hem van nog meer bier voorzagen, bleef hij als een lastige vlieg om haar heen cirkelen. Haar vriendinnen probeerden hem op subtiele manier aan de kant te schuiven, maar voor subtiliteiten was deze middelbare Adonis niet echt gevoelig. Toen hij het echter presteerde om tegen haar aan te gaan leunen, had het arme kind er eindelijk schoon genoeg van.
“Ga weg, gek!,” riep ze, “ouwe viezerik!”
Hij deinsde terug en wiebelde verbouwereerd heen en weer.
“Ok, ok,” stamelde hij, terwijl hij een wegwerp gebaar maakte. Tsss. Wat een diva, zeg. ’t Is wel goed. Zo mooi ben je nou ook weer niet!”
Terwijl hij zich omdraaide, viel zijn blik op een volgend slachtoffer. “Hallo, schoonheid,” hoorde ik hem zeggen, “wat zijn ze goed, hè? Zullen wij samen eens flink de bloemetjes buiten zetten?”
Het blijft iets aandoenlijks hebben…
________________________________________________________________________________

17-06-2015

Wedergeboorte

Toen mij het bericht bereikte dat het UWV cursussen vergoedt waarbij werkloze vijftigplussers worden omgeschoold tot spiritueel consulent, heb ik mij gelijk aangemeld. Ik ben nog net geen vijftig en ook niet werkloos, maar ik geloof dat ik aanleg heb tot helderziendheid. En met mijn vooruitziende blik wil ik alvast anticiperen op wat de sterren misschien in het verschiet hebben voor mij.
Het cursuspakket dat ik aangeleverd kreeg, bevatte onder andere een kristallen bol en een tent waar ik kantoor in kon gaan houden. Zelf had ik al de zigeunerjurk en de zwarte pruik aangeschaft, want ik denk dat je zelf ook een beetje moet investeren in je toekomst.
Ik ben vervolgens flink aan het oefenen gegaan met mijn setje tarotkaarten en een potje koffiedik. Mijn huisgenoten worden nu elke ochtend door mij op de hoogte gebracht van mogelijk onheil en eventueel geluk dat hen ten deel zal vallen die dag, maar ik moet toegeven dat ik er nog behoorlijk vaak naast zit. Met de opleiding die ik ga krijgen in Zoetermeer zou dat echter helemaal goed moeten komen, zo werd mij verzekerd.
Ambitieus als ik ben, schreef ik mij ook meteen in voor het reïncarnatieweekend in de Ardennen dat het opleidingsinstituut mij aanbood. Ik ben altijd te vinden voor een reisje dat door anderen geregeld wordt, zeker als het mensen betreft die van tevoren precies weten wat er gaat gebeuren. Zelf ben ik namelijk nogal wat chaotisch als het op het plannen van reisprogramma’s aankomt. Meestal weet ik pas op de ochtend van vertrek hoe laat we gaan, wat meestal betekent dat ik te laat kom. Een reïncarnatieweekend met een gezelschap dat alles onder controle heeft, lijkt mij dus het absolute einde. Ik hoef alleen maar in te stappen en voor ik het weet zit ik ’s avonds aan een kampvuur in de vlammen te staren en te wachten op signalen die vanuit het hiernamaals tot mij komen. De enige die nog roet in het eten kon gooien, was mijn moeder.  Het had weinig gescheeld of ik had haar niet meegekregen op dit spirituele uitje. Mijn geboorte 49 jaar geleden staat haar tot op de dag van vandaag nog helder voor de geest. En het vooruitzicht om voor de tweede keer te moeten bevallen van mij – 9 pond schoon aan de haak! – stemde haar niet vrolijk. Maar toen ik haar ervan overtuigd had dat ze het als moeder niet kon maken om een minuscuul trauma in de weg te laten staan van mijn bloeiende, nieuwe carrière als spiritueel belconsulent en hypnotherapeut, stemde ze in. Ik weet zeker dat dit het begin van een geweldige nieuwe carrière gaat worden. Ik voel het gewoon…

________________________________________________________________________________

10-06-2015

Goedendag Service

“Dag meneer. Uw dochter heeft vandaag geen tijd om te bellen. Vandaar dat ik u bel.”

“O? En wie is dit als ik vragen mag?”

“U spreekt met de Goedendag Service. Ik bel namens uw dochter. Zij heeft me gevraagd om dat voortaan een keer per week te doen.”

“En waar is dat voor?”

“Nergens voor, meneer. Zomaar. Om even bij te praten en te vragen hoe het met u gaat.”

“En waarom interesseert u dat? U gaat toch niet mijn poetshulp afpakken?”

“Nee, hoor. Ik ben niet van de gemeente. Ik ben van een zorginstelling. En uw dochter wil graag weten hoe het met u gaat. Daarom heeft ze bij ons een abonnement afgesloten om eens per week namens haar met u te bellen.”

“En waarom belt ze me dan niet zelf?”

“U weet toch dat ze nogal druk is. Met de kinderen. En met haar werk. Maar ze maakt zich wel zorgen om u. Hoe is het met uw voet?”

“Met mijn voet is alles prima. Hoe weet u dat eigenlijk, dat van mijn voet? Bent u soms van de inlichtingendienst?”

“Nee, hoor meneer. U bent wel grappig. Uw dochter heeft me een beetje verteld over u.”

“En ze heeft geen tijd om mij te bellen? Maar wel om met wildvreemden over mijn voet te praten?”

“Ze heeft alleen het beste met u voor. En zo’n abces aan uw linkervoet is niet niks, kan ik me zo voorstellen.”

“Daar kunt u zich helemáál niets bij voorstellen. Het is overigens mijn rechtervoet en niet mijn linker.”

“O, hier staat uw linkervoet. Ik zal het even aanpassen.”

“Schrijft u dit ook nog allemaal op? En wat doet u met die informatie?”

“Die sluit ik kort met uw dochter tijdens ons case-managementgesprek. Dat plannen we eens per maand om onze cliënten op de hoogte brengen van de laatste stand van zaken.”

“Kunt u Kees de groeten doen? En mijn dochter als u haar weer ziet? Ook namens mijn voet.”

“Dat is prima, meneer Jacobs. Ik bel u de volgende week weer om deze tijd.”

“Janssen, is de naam. En doet u vooral geen moeite. De volgende week om deze tijd ben ik op stap. Met de ouder-uitlaatservice. Goedendag.”

03-06-2015

Saijunsfiksjun

Sinds ik ooit in Star Trek dokter ‘Bones’ met een Tricorder bezig zag, heb ik gewacht op de dag dat dat ooit werkelijkheid zou worden. Hij kon met een apparaatje in één oogopslag zien welke ziektes zijn patiënt allemaal onder de leden had. Zeiden we vroeger nog dat het allemaal maar ‘saijunsfiksjun’ was, in 2015 weten we wel beter, want binnenkort wordt de Tricorder realiteit. Maar liefst 33 verschillende aandoeningen onderscheiden met een app op je horloge of je telefoon kan dan gewoon zonder naar de dokter te hoeven. Je zou er hypochonder van worden.
Zelf ben ik inmiddels een wandelende grafiek aan het worden. Niet alleen heb ik een app die meet hoe hoog mijn hartslag, mijn bloeddruk en mijn lichaamstemperatuur zijn, maar ik meet ook het aantal stappen dat ik zet per dag, hoe lang ik over mijn hardlooprondje doe, hoeveel trappen ik loop, hoeveel kilometer ik fiets en hoeveel calorieën ik verbrand met al dat gedraaf en gesjees. En als klap op de vuurpijl krijg ik een berichtje aan het eind van de dag van mijn ‘sleeptime-app’, met de mededeling dat het de hoogste tijd is om naar bed te gaan, om mij ’s ochtends te verblijden met een overzicht van mijn REM-slaap, slaapbewegingen en snurkpatroon.

Het begon jaren geleden met de stappenteller die bij een pakje boter zat. Het ding tikte letterlijk bij elke stap die je zette, maar had als nadeel dat hij ook tikte als je in je ogen wreef of je neus snoot. Weinig betrouwbaar dus, de informatie die dat opleverde. Nee, dan is de meetapparatuur die ik vandaag de dag meezeul heel wat nauwkeuriger. Té nauwkeurig. De meetcultuur is compleet doorgeslagen wat mij betreft. Het lijkt bijna alsof we geregeerd word door de weetjes en feitjes die we aan het eind van de dag allemaal in kaart hebben gebracht en die kwistig gedeeld worden via social media. Ik kan precies zien dat mijn overbuurman vanochtend 13 kilometer op zijn roeimachine heeft geroeid en ook nog hoe lang hij daarover deed. De vraag is of ik wijzer word van die kennis of dat ik er alleen maar van ga denken dat ik eigenlijk een lui varken ben.

Feit is dat ik baal als een stekker als ik een dag niet in de gelegenheid ben om al mijn tabelletjes en schemaatjes bij te houden, omdat ik bijvoorbeeld geen bereik heb. Bij mensen om me heen zie ik vergelijkbare obsessieve trekjes ontstaan en eerlijk gezegd krijg ik een steeds grotere weerzin tegen mijn drang om alles te willen meten. Misschien is de tijd rijp voor een app die meet hoe gelukkig ik eigenlijk word van al dat cijfertjeswerk. Maar diep in mijn hart weet ik dat ik zo’n app niet nodig heb, want de uitslag kan ik al voorspellen.
Het wachten is nu op het moment dat de meest in het oog springende techniek uit Star Trek – die van de ‘beam-me-up-Scotty’- uitkomt. Dan laat ik me gewoon ‘terugbeamen’ naar de tijd voordat al die apps die me nu het leven zuur maken, bestonden. Maar dat zal wel écht altijd saijunsfiksjun blijven…

Delen:
Pin on PinterestTweet about this on TwitterShare on Google+Share on FacebookShare on LinkedInEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *